Je trimt je eigen hond. Daarna die van je moeder. De buurvrouw vraagt of je haar hond ook eens wilt doen. Het resultaat ziet er leuk uit en ineens denk je: misschien kan ik hier mijn beroep van maken.
Wanneer ben je eigenlijk goed genoeg om geld te vragen voor het trimmen van andermans hond?
Dat moment wordt niet bepaald door het aantal honden dat je hebt getrimd. Ook niet door hoe snel je kunt knippen. En al helemaal niet doordat je vrienden zeggen dat het resultaat er prachtig uitziet.
Je bent er klaar voor wanneer je een hond zelfstandig, veilig en verantwoord kunt trimmen, weet waarom je een bepaalde trimtechniek kiest én weet wat je moet doen wanneer de trimbeurt niet verloopt zoals gepland.
Een mooie hond afleveren is maar een deel van het vak
Wie thuis zijn eigen hond trimt, kent die hond. Je weet dat je niet aan zijn voorpoten mag zitten. Je kent zijn vacht, zijn gedrag en welk model je wilt maken.
Een klant brengt iets heel anders binnen. Misschien is het een hond met een vachttype waarmee je weinig ervaring hebt. Een hond die bang is voor de waterblazer, probeert te bijten of van de trimtafel wil springen.
Daar staat een eigenaar die verwacht dat jij weet wat je doet. En dát is professioneel hondentrimmen.
Wanneer ben je klaar om als hondentrimmer te beginnen?
Er bestaat geen aantal van 20, 50 of 100 honden waarna je ineens hondentrimmer bent.
De ene cursist werkt na weinig lessen al rustig en veilig zelfstandig. Een ander heeft veel meer herhaling nodig.
1. Maak vóór je begint een behandelplan
Je pakt niet de tondeuse of schaar omdat je dat bij de vorige hond ook deed. Je bekijkt eerst de hond.
Zou jij dit werk iedere dag willen doen?
Beantwoord 4 korte vragen en ontdek of het beroep hondentrimmer bij jou past.
Werk je graag praktisch met honden?
Dus niet alleen knuffelen, maar ook wassen, föhnen, borstelen en langere tijd geconcentreerd bezig zijn.
Kun je rustig blijven als een hond niet meewerkt?
Sommige honden trekken hun poot terug, draaien weg of hebben geen zin om stil te staan.
Past lichamelijk en praktisch werk bij je?
Hondentrimmen betekent staan, bewegen, tillen en soms behoorlijk doorwerken.
Lijkt meer vrijheid in je werk je aantrekkelijk?
Bijvoorbeeld je eigen klanten, je eigen agenda en misschien later je eigen trimsalon.
Welke vacht heeft hij? Wat is de conditie ervan? Zijn er klitten? Hoe is de huid? Wat wil de eigenaar? Is dat technisch mogelijk en is het verstandig voor deze hond?
Pas daarna bepaal je hoe je gaat werken.
Wie vooral denkt “welk opzetkammetje zal ik pakken?” is aan het uitvoeren. Een vakmens denkt eerst: waarom kies ik deze behandeling?
2. Je beheerst meer dan één hond en één vachttype
Een poedel kunnen knippen betekent niet dat je een ruwharige terriër kunt plukken.
Een Doodle scheren betekent niet dat je weet hoe je een dubbele vacht behandelt.
En een Maltezer netjes kunnen knippen zegt nog niets over je vaardigheid met een grote, zware of zeer beweeglijke hond.
Je hoeft als beginnende hondentrimmer niet ieder ras perfect te beheersen. Dat doet vrijwel niemand. Je moet wél voldoende basiskennis hebben om te herkennen wat er voor je staat en eerlijk kunnen zeggen wanneer iets buiten je kennis of ervaring valt.
3. Je werkt veilig met schaar en tondeuse
Een hond is geen oefenpop. Hij beweegt op het moment dat jij dat niet wilt.
Een poot wordt teruggetrokken. Een tong komt ineens naar buiten. Een hond draait zijn hoofd terwijl je bij een oor werkt. Daarom moet veilig werken automatisme worden.
4. Je kunt hondengedrag lezen
Dit onderdeel wordt enorm onderschat. Een hond gromt niet altijd om aan te geven dat iets te veel wordt.
Wegkijken, bevriezen, hijgen, tongelen, voortdurend gaan zitten, proberen weg te komen of ineens erg stil worden, geven informatie over hoe een hond de situatie ervaart.
Een goede hondentrimmer kijkt niet alleen naar de vacht. Je trimt de hond die ín die vacht zit.
Soms betekent professioneel werken dat je een pauze neemt. Dat je de behandeling verandert. En soms zeg je: vandaag is het genoeg.
5. Je weet wat je níét kunt
Dit is misschien wel het beste teken dat iemand klaar is voor echte klanten.
Een professional kan zeggen: “Hier heb ik onvoldoende ervaring mee.” “Dit behoort niet tot mijn vakgebied.” “Hier wil ik eerst advies over.”
Of: “Ik vind het niet verantwoord om deze behandeling voort te zetten.”
6. Je kunt omgaan met een hond die niet meewerkt
Op een cursus kan alles prachtig gaan. En dan komt je eerste echte klant. De hond wil niet in bad. Is doodsbang voor de föhn. Trekt voortdurend zijn poot weg. Of probeert je bij het borstelen te bijten.
Kun je je werkwijze aanpassen zonder in een gevecht met de hond terecht te komen? Kun je tegen een eigenaar zeggen dat een gewenst model vandaag niet haalbaar is?
7. Je kunt met de eigenaar communiceren
Wie hondentrimmer wordt, kiest niet alleen voor werken met honden. Je krijgt de eigenaren erbij. Je moet kunnen uitleggen waarom een vervilte vacht niet nog even “uitgeborsteld” kan worden. Of waarom een foto van Instagram niet betekent dat hetzelfde model op iedere hond mogelijk is.
Soms moet je uitleggen dat iets wat een eigenaar heel graag wil, niet in het belang van zijn hond is.
Goed kunnen communiceren voorkomt misverstanden, onrealistische verwachtingen en conflicten.
8. Je neemt zelfstandig beslissingen
Zolang er iemand naast je staat die zegt welke schaar je moet pakken en wat je moet doen, ben je nog aan het leren.
Dat is niet erg. Maar bij je eigen klant staat die docent er niet.
Je moet van:
“Wat moet ik nu doen?”
naar:
“Ik zie dit, daarom kies ik hiervoor.”
Wanneer ben je nog níét klaar voor betalende klanten?
Als je bij bijna iedere hond iemand nodig hebt om te bepalen welke behandeling nodig is, ben je nog niet zelfstandig.
Als je alleen één ras of alleen je eigen hond hebt getrimd, heb je nog weinig vergelijkingsmateriaal.
Als je bezig bent met het eindmodel en daardoor veiligheid of gedrag uit het oog verliest, moet de basis sterker worden.
En als je niet weet wat je moet doen wanneer een hond bang, boos, vervilt of lichamelijk beperkt binnenkomt, is extra praktijkervaring geen luxe.
Mag je zonder diploma als hondentrimmer beginnen?
Het beroep hondentrimmer is in Nederland een vrij beroep. Er bestaat dus geen wettelijke eis dat je eerst een specifiek trimdiploma moet behalen voordat je jezelf hondentrimmer mag noemen.
Dat iets wettelijk mag, betekent niet dat je voldoende kennis hebt om verantwoord met andermans hond te werken.
Je werkt met levende dieren, water, elektriciteit, scherpe scharen, tondeuses, trimtafels en soms honden die bang, oud, ziek, sterk of onvoorspelbaar zijn.
Daarom is de betere vraag niet:
“Mag ik al klanten aannemen?”
maar:
“Kan ik de verantwoordelijkheid voor de hond van iemand anders zelfstandig dragen?”
Checklist: ben jij klaar voor je eerste klanten?
Kun je onderstaande vragen grotendeels met ja beantwoorden?
- Kan ik zelfstandig bepalen welke behandeling bij een hond past?
- Herken ik verschillende vachttypen en weet ik welke trimtechnieken daarbij horen?
- Kan ik veilig werken met schaar en tondeuse?
- Kan ik een hond veilig op en rond de trimtafel begeleiden?
- Herken ik stress en kan ik mijn behandeling daarop aanpassen?
- Weet ik wanneer ik beter moet stoppen?
- Kan ik verschillende honden zelfstandig behandelen?
- Kan ik uitleggen waarom ik voor een bepaalde behandeling kies?
- Kan ik rustig reageren als een hond onverwacht gedrag laat zien?
- Durf ik een behandeling te weigeren wanneer ik hem niet verantwoord vind?
- Kan ik duidelijk communiceren met de eigenaar?
- Weet ik waar mijn eigen kennis ophoudt?
Hoe vaker je hier ja op kunt antwoorden zonder dat er iemand naast je hoeft te staan, hoe dichter je bij zelfstandig professioneel werken komt.
Zelf hondentrimmer worden?
Wil je van werken met honden jouw beroep maken? Ontdek welke opleiding bij jou past en hoe snel je wilt starten.
Bekijk de opleidingen →1-op-1 praktijklessen · geen verplichte externe stage · 3 maanden begeleiding
