Hondenbaasjes willen alleen het allerbeste voor hun viervoeter. Hondentrimmers doen hun best maar maken fouten. Misschien ben je hondentrimmer, of wil je je eigen hond trimmen.
Ondanks goede opleidingen en cursussen worden er in de praktijk ontzettend veel verkeerde technieken toegepast. Een foute knip- of scheerbeurt kan de vachtstructuur permanent beschadigen of zelfs tot huidproblemen en angst bij de hond leiden.
Wat zijn nu de meest gemaakte missers? In dit artikel de 5 veelvoorkomende fouten bij het trimmen van honden.
1. Scheren in plaats van ontwollen of plukken
Een van de meest gemaakte fouten bij het trimmen van honden is het verkeerd beoordelen van het vachttype. Niet elke hondenvacht kan met de scheermachine worden ingekort!
- Ruwharige honden (zoals Teckels en Terriërs): Deze vachten moeten geplukt worden. Dit is bedoeld om de dode dekharen te verwijderen. Als je een plukvacht gaat scheren, blijft het dode haar in de huid zitten. Dit leidt tot een zachte, doffe vacht, verlies van kleur en hevige jeuk of huidirritatie. Let op want na vachtbeoordeling is scheren soms wel mogelijk of zelfs beter. Alleen kan niet iedereen een ruwe vacht goed beoordelen!
- Stokharige honden (zoals Golden Retrievers en Herders): Deze honden hebben een dubbele vacht die tegen zowel warmte als kou issoleert. Het kortscheren van deze vachten verstoort de natuurlijke warmteregulatie en leidt soms tot ‘post-clipping alopecia’ (het niet meer teruggroeien van de vacht) of zonnebrand.
De oplossing: Zorg dat je exact weet welk vachttype jouw hond heeft en welke behandeling daarbij hoort: plukken, effileren, knippen of ontwollen.
2. Wassen en drogen mét klitten in de vacht
Veel beginners en onervaren trimmers maken de fout om een hond direct onder de douche te zetten, compleet met vuil of klitten.
Wanneer je een klit of vilte plek nat maakt en vervolgens droogt blaast, werkt het vilt als een spons die zich samentrekt. De klit trekt zich daardoor nóg strakker vast tegen de huid. Dit is erg pijnlijk voor de hond en maakt het verwijderen achteraf bijna onmogelijk.
De oplossing: Maak de vacht altijd volledig klitvrij vóórdat hij in bad gaat. Controleer met een fijne kam tot op de huid of er geen verborgen klitten meer zitten.
3. Verkeerd materiaal gebruiken (of bot gereedschap)
Een goede trimbeurt valt of staat met professioneel materiaal. Een veelvoorkomende fout is het gebruik van een gewone keukenschaar, een botte trimschaar of de verkeerde opzetkammen.
- Botte scharen: Vragen veel meer fysieke kracht, waardoor je kniptechniek onnauwkeurig wordt. Bovendien ‘glijdt’ het haar tussen de bladen weg, in plaats van dat het strak wordt afgeknipt.
- Botte scheerkoppen: Worden snel warm. Als je niet oplet, kan een scheerkop zo heet worden dat de hond scheerbrand of brandwonden oploopt.
- Verkeerde borstels: Een slickerborstel zonder noppen op een gevoelige huid? Dit kan ernstige borstelkop-irritatie veroorzaken.
De oplossing: Investeer in professionele, scherpe trimmaterialen en controleer tijdens het scheren continu de temperatuur van de scheerkop. Doe dit op de binnenkant van je eigen pols.
4. Haast, drukte en gebrek aan geduld
Honden voelen emoties feilloos aan. Een van de ergste fouten bij het trimmen van honden is overhaast te werk gaan. Wanneer een trimmer of eigenaar gehaast is, worden er sneller foutjes gemaakt (zoals in de huid knippen of scheren).
Daarnaast wordt er in drukke, traditionele trimsalons best vaak onder hoge tijdsdruk gewerkt. Honden die urenlang in een kooi tussen blaffende soortgenoten moeten wachten, bouwen enorm veel stress op. Als de hond eenmaal op de trimtafel staat en spierspanning vertoont, wordt het trimmen gevaarlijker. Er ontstaat ook een negatieve ervaring die de hond voor de rest van zijn leven meeneemt.
De oplossing: Werk altijd in een rustige, prikkelarme omgeving. Neem de tijd om de hond op zijn gemak te stellen en bouw de trimbeurt stap voor stap op. Doe dit met rust en positieve bekrachtiging.
5. Te weinig kennis van de rasstandaard en anatomie
Een hond trimmen is geen kwestie van ‘zomaar wat haar wegknippen’. Elk ras heeft specifieke rasstandaarden en lijnen.
Als je niet weet hoe de anatomie van de hond in elkaar steekt, kun je de verhoudingen van de hond compleet verpesten. Denk aan het te kort scheren van de hoekingen bij de achterbenen, het verkeerd modelleren van een poedelkop of het te ver wegsnijden van de stop bij een bepaalde rasgroep. Bovendien moet je weten hoe de spieren en gewrichten lopen, zodat je de poten van de hond nooit in een onnatuurlijke of pijnlijk hoek tilt.
De oplossing: Verdiep je grondig in de theoretische vakkennis, de anatomie van de hond en de specifieke eisen per ras.
Hoe voorkom je deze fouten bij het trimmen van honden?
Zoals je ziet, komt er bij het vak van een hondentrimmer meer kijken dan alleen een schaar en een borstel vasthouden. Het overdragen van verkeerde technieken is helaas aan de orde van de dag, mede doordat het beroep van hondentrimmer tegenwoordig een vrij beroep is en de overheid geen verplicht diploma meer eist.
Om te voorkomen dat je deze veelvoorkomende fouten bij het trimmen van honden maakt, is de juiste praktijkgerichte begeleiding belangrijk. Leren uit een boekje of maandenlang haren opvegen tijdens een saaie stage? Dat brengt je niet de nodige vlieguren. Je leert het vak pas echt door direct zelf onder deskundige leiding aan de slag te gaan.
Wil jij het trimvak op de júíste manier leren?
Wil je leren hoe je professioneel, diervriendelijk en zonder stress honden trimt? Mijn naam is Bianca en ik ben al sinds 1999 Rijksgediplomeerd hondentrimmer met ruim 30 jaar praktijkervaring.
In mijn unieke 1-op-1 praktijkopleiding leer je in een rustige omgeving, zonder afleiding, stap voor stap alle vaktechnieken. Je zit direct zelf ‘achter het stuur’, bepaalt zelf welke rassen je wilt leren trimmen en kunt al binnen 2 tot 4 maanden je eigen trimsalon starten!
